VOELBARE RUIMTES

tableau magazine
De reis, 2015

Het zou me niet verbazen als dit werk van Hilde van der Gang iconisch wordt. Het verenigt een aantal karakteristieke kenmerken op een haast achteloze manier. Het gaat over ruimte, het geeft een surrealistische draai aan de werkelijkheid en het zet de tijd stil. Het ademt een sfeer die allerlei verhalen bij de kijker oproept. Onvermijdelijk, of de kijker wil of niet. Hoewel het inhoudelijk er ver van verwijderd is was mijn eerste associatie een verlaten strandscene uit de film ‘Death of Venice’ vermengd met een kaal woestijnbeeld uit de film ‘Timbuktu’. Een stilte voor de storm gevoel, een moment om te koesteren omdat het zo weer verstoord kan worden. Door hinderlijke mensen, door wrede gebeurtenissen. Pas later drong de absurditeit van het beeld tot me door. Wat moet die ladder daar? Waar gaat hij naar toe? Waar dient hij voor? Waarom lokt hij terwijl hij gevaarlijk is? Het werk duwde zich mijn geheugen binnen met de bedoeling zijn plaats daar niet meer af te staan.

Op haar eindexamenpresentatie in 2014 toont Hilde van der Gang een aantal grote werken. Fotowerken, maar dat is niet onmiddellijk duidelijk, omdat ze de beelden heeft bewerkt. Ze heeft er in getekend en geschilderd, waarna ze ze opnieuw heeft gefotografeerd (gescand). Ze hebben daardoor accenten gekregen die de fotografische werkelijkheid als het ware ondermijnen. De grote (stations)hallen zijn niet meer gewoon leeg, ze zijn leeg achtergelaten. De kunstenaar heeft met haar manipulaties de menselijke afwezigheid in beeld gebracht. Dat doet ze enerzijds door de aandacht te vestigen op onderdelen, bijvoorbeeld houten vlonders. Dat doet ze vooral door de kale ruimtes letterlijk en figuurlijk in te kleuren. Daardoor krijgen ze een sfeer die ze uit de realiteit tilt en de weg opent voor allerlei interpretaties. Een enkelvoudig beeld verandert zo in een gelaagd beeld.

De foto was lang een medium dat geen kans maakte in de beeldende kunst. Het werd gezien als een gevaar voor de traditionele, figuratieve schilderkunst omdat het de werkelijkheid zo goed wist weer te geven. Het werd gezien als een te gemakkelijk medium, omdat de camera het werk deed en niet de kunstenaar. Het was ook verdacht omdat de foto het ‘heilige’ criterium van de uniciteit aan haar laars lapte. Er kunnen immers meer afdrukken van hetzelfde werk worden gemaakt. Pas in de jaren tachtig van de vorige eeuw wist de foto zich schoorvoetend een plaats te veroveren binnen de tempel van de hoge kunst. Die plaats heeft ze nooit meer afgestaan. Het medium is zelfs ongekend populair geworden. Niet in de laatste plaats door de digitale revolutie en de dominante rol van de sociale media. Iedereen kan nu foto’s maken. Als reactie op die ontwikkeling klinken er vanuit de beeldende kunst kritische geluiden die verdacht veel lijken op de kritiek die eens het medium de pas probeerde af te snijden: iedereen denkt dat hij of zij een goede foto kan maken omdat iedereen over een camera kan beschikken. Voelde eens de schilder zich bedreigd door de fotokunstenaar, nu voelt de fotokunstenaar zich bedreigd door de man in de straat.

Het valt niet mee om binnen een dergelijk gedrang een eigen gezicht te tonen. Hilde van der Gang slaagt daarin, omdat ze het populaire medium op een eigenzinnige manier benadert. Haar nieuwe werk geeft daar eens temeer blijk van.

Veel van haar werk vindt zijn oorsprong in een reis die ze naar Bosnië maakte. Ze had een wegwerpcamera bij zich. Hoewel ze niet precies wist wat ze zou gaan fotograferen, tekende zich al snel een patroon af. Veel gehavende gebouwen en ruimtes die betere tijden hadden gekend. Veel doorleefde vloeren en details van elementen in ruimtes die hun functie lang geleden hadden verloren. Traptreden, een stopcontact, tafel- of stoelpoten. Geen of vrijwel geen mensen. Ruimtes speelden de hoofdrol. Die beelden nam ze mee naar huis, niet als eindresultaten, maar als startpunt voor nieuwe werken. Een schilder heeft zijn palet, Van der Gang had een stapel ruwe kiekjes.

Met die ‘kiekjes’ gaat ze aan de slag. Ze scant ze in op haar computer en bewerkt ze. Dan drukt ze de foto’s de eerste keer af. Op tekenpapier. Daarmee neemt ze al afstand van de standaard foto. Het papier absorbeert en voorziet zo het beeld van een diffuse laag. Scherpe lijnen vervagen in de diepte. Dat basisbeeld vormt het begin van de volgende stap. Ze zoekt naar mogelijkheden om het de sfeer te geven die ze voelde toen ze het maakte. De verstilling, het desolate, het tijdloze, het ontheemde, het vervreemdende. Soms is dat een lang proces, een eindeloos uitproberen, soms weet ze al heel snel wat ze doen moet om haar doel te bereiken. Sfeer alleen is niet voldoende. Ze wil meer. Ze wil er een narratief element in brengen. Ze wil dat het beeld een verhaal oproept waarin personen een rol spelen zonder zichtbaar te zijn. Mensen in beeld trekken de aandacht teveel naar zich toe. Ze maken de ruimte tot decor terwijl juist de ruimte de hoofdrol moet spelen, de sfeer moet bepalen.

Aan dat verhaal stelt ze eveneens eisen. Het moet niet een naturalistisch verhaal zijn in de stijl van Emile Zola, maar een absurdistisch verhaal dat doet denken aan (Oost-Europese) schrijvers als Franz Kafka. Het moet niet vertellen, het moet suggereren. Het moet niet invullen, het moet weglaten. Omdat dat doel te bereiken vult ze het oorspronkelijke beeld aan met getekende elementen of ze voegt als een collagekunstenaar stukjes van andere foto’s toe. In het herdrukproces krijgt het beeld enerzijds een overdachte behandeling, maar de kunstenaar wil ook ruimte geven aan de factor toeval. Eén van de middelen die ze daarvoor inzet zijn kapotte of verouderde printers. Daarbij weet je nooit van te voren wat ze doen. Of beter, wat ze nog doen. Ze kunnen vertekenen, vlekken veroorzaken, kleuren hun identiteit ontnemen etc. De gezochte sfeer krijgt er een verrassend extra mee.

Hilde van der Gang noemt zelf een rijtje kunstenaars die van invloed zijn of zijn geweest op haar werk. Voor mij is het niet vreemd dat ze Anselm Kiefer noemt. Zijn werk gaat over ruimte en over de vernietigende activiteiten die daarin een rol hebben gespeeld en die er de sfeer van hebben bepaald . Is Van der Gang door haar manier van werken meer dan een fotokunstenaar, Kiefer is door alle driedimensionale elementen die hij toevoegt aan zijn schilderijen veel meer dan een schilder. Opvallender wellicht is de naam van Edward Hopper in haar rijtje. Een schilder die nadrukkelijk schilder wilde zijn. Als geen ander wist hij echter zijn ogenschijnlijk realistische doeken van een sfeer te voorzien – bijvoorbeeld door het spelen met licht en lichtval – die de kijker aanzet tot fantaseren, tot het verzinnen van verhalen.

Het is moeilijk te voorspellen waar het werk van Hilde van der Gang naartoe gaat. Ze zal ongetwijfeld verder zoeken naar de grenzen van het medium. Daarin heeft ze zich al creatief getoond. Het is niet uitgesloten dat ze nog verder van de werkelijkheid wil afdrijven en richting abstractie wil gaan. Bij enkele werken – ‘Relaties’ uit 2015 bijvoorbeeld – is die tendens al enigszins zichtbaar of, in de lijn van haar filosofie, enigszins voelbaar.

Het werk zoals Van der Gang dat maakt gaat niet alleen over het voelbaar en inleefbaar maken van ruimte, het heeft ook ruimte nodig om volledig tot zijn recht te komen. Ideaal zou zijn als het groot afgedrukt kan worden. Praktische bezwaren zullen dat wellicht onmogelijk maken. Dat zou zonde zijn. Zeker ook als het gepresenteerd wordt in een ruimte die zichzelf lastig laat wegcijferen. Dan moet het een gevecht leveren. Daar is ze zich overigens van bewust. Ze heeft aangetoond oplossingen te vinden voor dat soort problemen.

Rob Perrée
Amsterdam, augustus 2015.